Vogel Ziekten

Voorwoord

Door vragen van verschillende leden uit onze vereniging, om meer te weten te komen over de problemen en ziekten bij onze vogels, is mij vanuit het bestuur gevraagd deze brochure samen te stellen.
Dit schrijven is een samenstelling uit diverse documentatie en literatuur die over dit onderwerp de laatste jaren geschreven zijn.
Ik heb getracht zo volledig mogelijk te zijn, dat zal hier en daar niet voor 100% gelukt zijn, voor degenen die over dit onderwerp meer willen weten zijn er goede boeken in de handel of te bestellen via de N.B.v.V.

J.L. Simons
[ boven ]

Het ontstaan van ziekten

Ziekten bij vogels ontstaan ten gevolge van:

  • huisvestings- voedings- en verzorgingsfouten, met als gevolg conditieverlies en verminderde afweer.
  • contacten met teveel ziekteverwekkers.

Het ontstaan van ziekten in een vogel-bestand kan plaats vinden via oorzaken die we zelf niet in de hand kunnen houden.
Echter één van de reeds genoemde oorzaken van het optreden van ziekten is samengevat onder huisvestings- voedings- en verzorgingsfouten. Dit zijn punten waarop wel invloed is uit te oefenen.
[ boven ]

Huisvesting

Bij de huisvesting van onze vogels dienen een aantal punten onze bijzondere aandacht te krijgen:

  • Hok-grootte i.v.m. aantal vogels, een te kleine huisvesting zal aanleiding geven tot:
    • veel onrust
    • veren pikken
    • vervuiling - ophoping van mogelijke ziektenverwekkers

  • Constructie
    • geen naden en kieren
    • goed schoon te houden
    • niet vochtig
    • plaats voor voer en drinkbakken

  • Klimaat
    • ventilatie: af- en aanvoer lucht en verbrandingsgassen
    • verwarming
    • vochtigheid: relatieve vochtigheid 60 - 70%
    • verlichting
      • hoeveelheid
      • lengte van de dag
      • soort verlichting

[ boven ]

Voeding

Het gebruik van een goede kwaliteit zaad- opfok/eivoer- grit/kiezel moet vanzelfsprekend zijn.
Groenvoer is een uitstekend voedingsmiddel, mits het maar mondjesmaat wordt verstrekt, het bevat weinig, maar goede stoffen, het merendeel (90%) is echter water.
Dit is ook van toepassing op gekiemd zaad voor vogels die moeten leren zaad te eten, voer dit niet teveel.
Tot slot dit over voeding. Voer niet te overdadig omdat het dan geen zin heeft om een zaadmeng­sel met verschillende soorten zaden te gebruiken, de vogels pikken dan alleen de lekkerste soorten zaden eruit waardoor ze dan een te eenzijdige voeding binnen krijgen.
[ boven ]

Verzorging

Een goede verzorging draagt bij tot het verminderen van de kans dat ziekten zullen optreden.
Een aantal punten waar u bij de verzorging op moet letten zijn:

  • voldoende eetgelegenheid
  • schoon drinkwater, badgelegenheid
  • medicijnen en vitamines niet ten onrechte gebruiken
  • niet overdadig gebruik maken van insecticiden
  • schoonmaken (minimaal 1 x per week)
  • bodembedekking moet droog zijn, nooit zeven maar verschonen
  • zieke vogels meteen apart zetten
  • desinfecteren in geval van een besmetting (Halamid

boven ]

Voorkoming van huisvestings- voedings- en verzorgingsfouten

  • Plaatsing voerbakken
    • Men dient er voor te zorgen dat er geen ontlasting in het voer komt, plaats voerbakken daarom nooit onder zitstokken
  • Badwater is snel verontreinigd, vooral door veel ontlasting, daarom niet langer dan 2 uur verstrekken.
  • Drinkwater moet schoon zijn en het liefst iedere dag vers verstrekt worden, als er toevoegingen van medicijnen en/of vitamines zijn, is het iedere dag verversen een must.
  • Bodembedekking moet behoorlijk vocht opnemen.
    • Vochtig schelpenzand: gaat klonteren en geeft schimmelvorming.
    • Vochtig rivierzand: idem.
    • Ondergetekende gebruikt in zijn volières Natural bodembedekking (anti coccidiose) en heeft daar redelijk goede ervaringen mee.
    • Een nadeel van bovengenoemd merk is dat het nogal stoft en dat bij sommige kanaries de neusgaten iets dicht gaan zitten.
    • Het gebruik van dit soort bodembedekkingen moet voorzichtig uit geprobeerd worden.

[ boven ]

Hoe te handelen met zieke vogels ?

Om zieke vogels te herkennen moeten we eerst weten hoe gezonde vogels er uit zien.
Een geregelde observatie van een aantal vogels van de zelfde soort leert ons welke vogels in vergelijking met de anderen een minder goede conditie hebben.
We kunnen de vogels het beste observeren indien ze zich onbespied voelen, omdat ze dan hun ware aard tonen.
Zieke vogels moet men uit de kooi of volière verwijderen en apart zetten, dit om verspreiding van ziektekiemen te voorkomen.
[ boven ]

Hoe ziet men wanneer een vogel ziek is ?

  • Vogel gaat bol zitten omdat de warmteregulatie is verstoord en hij in de regel minder voer opneemt dan normaal, zal hij na verloop van tijd moeite hebben zijn lichaamstemperatuur op peil te houden. Om zichzelf zo goed mogelijk van de omringende lucht te isoleren worden de veren iets opgezet.
  • Te mager borstbeen
  • Lever duidelijk zichtbaar
  • Duidelijke zwelling van de buik door zwelling van de darmen
  • Ademhalingsproblemen, ademen met open snavel
  • Laten hangen van de vleugels
  • Veel slapen, waarbij de vogel op beide poten zit i.p.v. op één
  • Diarree

[ boven ]

Ziekteverwekkers:

[ boven]

Bacteriële ziekten

Salmonellose
Pseudotuberculose
Colibacillose
Vogeltuberculose

  • Salmonellose (paratyphus)

    Komt behalve bij vogels ook bij vele andere diersoorten en bij de mens voor.
    Bij vogels treffen we het vooral bij duiven en kanaries, en in mindere mate bij parkieten en papegaaien aan, het zijn dan voornamelijk de geïmporteerde papegaaiachtigen waarbij Salmonellose voorkomt.
    Deze ziekte wordt veroorzaakt door de Salmonella bacterie.

    Besmetting: kan geschieden via reismanden, transportkisten, ontlasting, speeksel, kropmelk, via de eierstok op het broedei, insekten, ratten en muizen.

    Symptomen: vogel zit met opgezette veren in de voerbak zonder de kracht te bezitten om het zaad te pellen, vermagerd daardoor snel. Door darminfectie welke met diarree gepaard gaat, is de cloaca met ontlasting besmeurd. De ontlasting is meestal groenachtig en waterig, soms zijn er ademhalingsmoeilijkheden door een bijkomende longontsteking.
    Broedende vogels kunnen bij een acuut verloop van Salmonellose dood op het nest gevonden worden. Bij duiven wordt Salmonellose wel draaihalsziekte, vleugelziekte, kreupelziekte maar meestal wel paratyphus genoemd.

    Behandeling: zieke vogels apart opkooien en worden behandeld met een tetracycline of sulfamezathine 33%.
    Hok moet worden ontsmet.

    [ boven ]

  • Pseudotuberculose

    Wordt bij vele vogelsoorten aangetroffen, vooral bij kanaries en andere zangvogels en de laatste jaren ook bij papegaaiachtigen (o.a. grote parkieten). Vogels onder stressomstandigheden zijn extra gevoelig voor deze ziekte.

    Besmetting: geschied via de ontlasting, besmette (wild) vogels, muizen en ratten.

    Symptomen: lusteloosheid, vaak zit de vogel met de kop tussen de veren te slapen , vermageren en soms diarree. Binnen een week kunnen zich de eerste sterfgevallen voordoen.

    Behandeling: Stress-omstandigheden vermijden, knaagdieren uit het hok en de voederplaats weren, zieke vogels isoleren en het vogelverblijf reinigen en ontsmetten. Zieke vogels behandelen met een tetracycline of ander antibioticum.
    Preventief zou men de vogels kunnen laten enten.

    [ boven ] 

  • Colibacillose (zweetziekte)

Komt vooral voor bij jonge nestvogels.

Besmetting: jonge nestvogels kunnen ziek worden als zij een slecht of besmet voer krijgen, waardoor bepaalde micro-organismen zich explosief kunnen gaan vermeerderen.
Slechte hygiëne in hok, nestkastjes, broedblokken, tocht en overbevolking kunnen het ziekteverloop bespoedigen.
Infectie door colli-bacteriën gaat meestal gepaard met darmstoornissen. De ontlasting van nestvogels die door een vliesje is omgeven (de luier) waardoor het makkelijk door de ouders uit het nest kan worden verwijderd, komt nu als een vloeibare substantie in het nest terecht. De warmte van het nest draagt er toe bij dat de bacteriën zich snel kunnen vermeerderen. Sterfte treedt op vanaf de vierde dag, door nestbesmetting kan een heel nest jongen verloren gaan.

Symptomen: nest ziet er viezig uit, nest is nat, jongen plakkerig en nat, onderkant broedende pop plakkerig en vochtig.

Behandeling: Trachten een besmetting van colli-bacteriën te voorkomen, met ontlasting besmeurde jongen met lauw water schoonmaken en bij een warmtebron laten drogen. De hele vogelfamilie in een ontsmette kooi plaatsen (natuurlijk ook de jongen in een schoon nest terug leggen) oude kooi ontsmetten. Dit is niet altijd uitvoerbaar omdat vogels vaak geen ander nest of kooi accepteren, dan toch zo goed mogelijk de eigen kooi ontsmetten.
Aan het opfokvoer of drinkwater een tetracycline toevoegen.

[ boven ]

  • Vogeltuberculose

Is een chronische ziekte die voornamelijk het spijsverteringskanaal aantast. Bij levende vogels is het vaststellen van vogeltuberculose moeilijk. Opvallend is echter de sterke vermagering van de vogel. Bij sectie zijn in vele organen witgele knobbeltjes te zien. Het regelmatig reinigen en ontsmetten van hok en materiaal is een belangrijke preventieve maatregel om deze ziekte te voorkomen.
Er is geen therapie voor vogeltuberculose.

[ boven ]

Virusziekten

Virussen hebben geen eigen stofwisseling, zij hebben een levende cel nodig om zich te kunnen vermeerderen. Buiten een levende cel gaan de meeste virussen binnen korte tijd ten gronde, behalve o.a. het pokken-difterie virus. Om virussen te kweken is levend materiaal nodig. Men gebruikt bij de bereiding van entstoffen bebroede kippeëieren.
Indien virussen een vogel hebben besmet en in cellen zijn opgenomen zijn ze niet meer te bestrijden.

De meest voorkomende virusziekten zijn:

Pseudovogelpest
Pokken
Psittacose
Draaihals-ziekte

  • Pseudovogelpest  

Is een gevreesde ziekte bij het bedrijfspluimvee, bij siervogels komt deze ziekte bij grote papegaai­achtigen en in mindere mate bij parkieten en kanaries voor.
Het zijn voornamelijk de pas geïmporteerde vogels die met deze ziekte besmet kunnen zijn.  

Besmetting: het virus wordt via de lucht, de mens, transportkisten enz. overgebracht.

Symptomen: ademhalingsstoornissen, die met reutelende geluiden gepaard kunnen gaan, bolzitten, traagheid, diarree en in ernstige gevallen kunnen kop, hals en poten verlammingsver­schijnselen vertonen.

Behandeling: van deze ziekte verdachte vogel meteen apart zetten en dierenarts waarschuwen.

Deze zal de ontlasting en het bloed op virussen respectievelijk antistoffen onderzoeken, hij zal maatregelen nemen die verdere verspreiding van vogelpest moeten voorkomen.
[ boven ]

  • Pokken (kanaries)

Dit virus is bijzonder taai en in een besmette omgeving moeilijk kwijt te raken, het is altijd aanwezig in de opgedroogde, afgevallen schilfers van huidpokken van geïnfecteerde kanaries.

Besmetting: speeksel, neus, traanvocht en huidschilfers van de kanarie zelf, door stekende insekten (mug), door de verzorger (schoeisel e.d.) door wildvogels voornamelijk door mussen en vinken.

Symptomen: inwendige niet zichtbare pokken, ademhalingsproblemen (happen), happende vogels die plotseling dood neervallen, uitwendige pokken op de huid, poten en oogleden. De dood kan binnen enkele dagen volgen, de sterfte ten gevolge van de infectie kan wel 90% zijn.

Behandeling: om deze ziekte te voorkomen is de enige mogelijkheid om de kanaries preventief te enten waardoor de kanaries ongeveer een jaar immuun zijn.
Het enten moet gebeuren na de broedtijd maar voor de herfstrui, men kan dit zelf doen, het is evenwel aan te raden het de eerste keer voor te laten doen door een kweker die hier wat meer ervaring mee heeft.
[ boven ]

  • Psittacose (papegaaienziekte) Ornithose

Dit is geen echt virus omdat het gevoelig is voor antibiotica, echte virussen zijn dit niet, het is een smetstof, wat geen bacterie of virus is. Papegaaien, parkieten en vooral jonge duiven en rijstvogels zijn gevoelig voor deze smetstof, andere vogels over het algemeen veel minder.
Het is een ernstige ziekte, die echter goed te bestrijden is.

Besmetting: kan direct of indirect plaatsvinden, direct vooral via de ademhaling, bij het snavelen, het voeren van de jongen of via het broedei. Indirect via zitplaatsen, voerbak en drinkpot, transportkisten en reismanden of door luizen en teken.
Het ziekteverloop kan chronisch of acuut zijn.

Symptomen: de chronische aandoening gaat gepaard met verminderde eetlust en activiteit. Bij de acute vorm zit de vogel met gesloten natte ogen te rillen en te suffen, neemt minder voedsel op, de ademhaling wordt moeilijk, uit de neusgaten komen vloeiingen en de ontlasting is waterig. Binnen 1 a 2 weken gaat de vogel verlammingsverschijnselen vertonen, waarna hij spoedig in sterk vermagerde toestand sterft.

Behandeling: zieke vogels apart zetten, kooi reinigen en ontsmetten.
Zieke vogels krijgen voer vermengt met tetracycline.
[ boven ]

  • Draaihals-ziekte

Komt vooral bij parkietensoorten en bij rijstvogels voor. De ziekte veroorzaakt verdraaiing van de kop, waardoor de vogel elk gevoel van richting verliest. Indien de vogel nog voer en drinkbak kan vinden, kan hij nog lange tijd in leven blijven. Om verspreiding van ziektekiemen tegen te gaan kan de vogel beter opgeofferd worden. Verder moeten hygiënemaatregelen verspreiding van de ziekte voorkomen.
[ boven ]

Schimmelziekten

Aspergillose
Candidiase

  • Aspergillose

    Wordt nogal eens bij papegaaiachtigen gevonden, gedijt het beste in stoffige, vochtige, warme omgeving. Het nestmateriaal in broedblokken is dus een plaats waar deze schimmel goed gedijt.

    Symptomen: ademhalingswegen worden aangetast, oogleden kunnen ontstoken raken en de vogel kan de kop naar één kant op draaien, wordt lusteloos, vermagert, kan door ademnood stikken.

    Behandeling: is moeilijk te bestrijden, het ontsmetten van broedblokken en broedkastjes voor en na het broedseizoen en het vermijden van vochtige, broeierige plekken is van het grootste belang.
    [ boven ]

  • Candidiase (candida)

    De candida sporen gedijen voornamelijk op de tong, in keelholte, slokdarm, krop, kliermaagslijmvlie­zen en op de huid.

    Besmetting: treedt vooral op bij vogels die een eenzijdige voeding krijgen, een voeding krijgen die gemakkelijk kan gisten, een langdurige behandeling met antibiotica krijgen of hebben gekregen.
    Het zijn vooral de jonge vogels die het eerst aan deze ziekte sterven.

    Behandeling: toedienen van Myco 20.
    Tijdens de behandeling extra vitamine A verstrekken en een licht verteerbaar voer geven.
    [ boven ]

Protozoaire ziekten

Coccidiose
Cochlosomose

Atoxoplasmose
  • Coccidiose

Wordt zowel bij zangvogels als bij duiven vastgesteld. In de maag komen parasieten vrij en deze nestelen zich o.a. in de darmwand en gaan zich vermeerderen. De darmwand wordt aangetast, waardoor de vogel bovendien door allerlei micro-organismen geïnfecteerd kan worden.

Besmetting: alleen via de mest, regelmatig de hokken schoonhouden.

Symptomen: vogel zit bol, is suffig slaapt veel, vogel vermagert, dikke darmen met bloedingen op de darmen.

Behandeling: met een sulfa preparaat bijvoorbeeld EsB3.
[ boven ]

  • Cochlosomose

Deze parasiet wordt vooral gevonden bij Japanse Meeuwen en bij de door hén grootgebrachte prachtvinken.

Besmetting: vindt plaats via de ontlasting, en door ontlasting verontreinigde voer en drinkbakken.

Symptomen: bij jonge vogels van ongeveer een week oud wordt de vochtafgifte verhoogd, de ontlasting wordt hierdoor breiachtig en krijgt een beige groen kleur. Overlevende jonge vogels zijn mager, hebben een gerimpelde huid, gelig gekleurde pootjes en darmen die als gelig gekleurde, opgezwollen lussen door de buikwand heen te zien zijn.
De cloaca is meestal met ontlasting besmeurd.

Behandeling: geschiedt met Dimetridazole, men moet zich strikt aan de voorgeschreven dosering houden.
[ boven ]
 

  • Atoxoplasmose (lankesterella)

Is een bepaalde vorm van coccidiose die voorkomt bij zeer veel vogelsoorten, o.a. bij kanaries, mussen en beo's.
Jonge vogels zijn het meest gevoelig voor atoxoplasmose.

Besmetting: alleen via de mest, regelmatig de hokken schoonhouden.

Symptomen: Jonge vogels zitten dik, dunne ontlasting, lever duidelijk zichtbaar, darm duidelijk opgezwollen, dieren staan soms met de kop op de grond, afhankelijk van de mate van besmetting.

Behandeling: met sulfa preparaten EsB3.
[ boven ]
 

Wormziekten

  • Spoelwormen :
    Komen bij vele vogelsoorten voor, o.a. bij papegaaiachtigen en duiven. Spoelwormen zijn schadelijk omdat ze de darmwand beschadigen, voedsel uit de darm opnemen, bij grote aantallen verstoppingen van de darm veroorzaken, de galwegen van de lever kunnen binnendringen.
  • Haarwormen:
    Komen ook bij vele vogelsoorten voor.
    Zij zijn schadelijk omdat ze de darmwand beschadigen, zich met bloed van de vogel voeden (bloedarmoede).
  • Lintwormen:
    Ze zijn schadelijk omdat ze het darmslijmvlies binnendringen en hierin bloedingen veroorza­ken, via deze beschadigingen kunnen ziektekiemen binnendringen, knobbels in de darmwand veroorzaken, bij grote aantallen de voedselpassage belemmeren.

Besmetting: vindt plaats door het opnemen van wormeieren of larven van besmette vogels, of bij bepaalde wormen (lintwormen) door het opnemen van de tussengastheer (slakken, vliegen, kevers enz.).  

Symptomen: vogel verliest zijn conditie, vermagert en kwijnt langzaam weg, bloedarmoede, diarree, verhoogde wateropname en gevoeligheid voor elke verandering in het bestaan.  

Behandeling: vogels ontwormen met geneesmiddel bijvoorbeeld Panacur.
[ Boven ]

Ziekten veroorzaakt door insekten

Uitwendig

  • Bloedmijt:

    De belangrijkste uitwendige parasiet bij vogels, hongerige mijten zijn grijs, de met bloed volgezogen mijten zijn rood. Ze zijn lichtschuw en in het donker actief.

    Symptomen: vooral jonge nestvogels worden het slachtoffer, de mijten zuigen bloed uit de jonge vogeltjes, de mondslijmvliezen van ernstig aangetaste vogels hebben een krijtbleke kleur.
    Door bloedarmoede gaan de jonge vogels minder sperren, waardoor ze minder voedsel opnemen, verzwakken en spoedig sterven.
    Als broedende poppen 's nachts door bloedmijten worden belaagd, kunnen zij het nest verlaten en er niet meer op terug keren. De kans op embryosterfte is dan groot.

  • Behandeling: trachten bloedmijten te voorkomen, ieder jaar hokken witten, met mijtwerende kalk behandelen, insekticide gebruiken.
    [ Boven ]

  • Schurftmijt:

    Komt voornamelijk bij grasparkieten voor, bij grote parkieten, papegaaien en duiven wordt zij minder vaak aangetroffen.  

    Symptomen: verandering van washuid van de snavel, het weefsel gaat woekeren, wordt wit van kleur en vertoont vele gaatjes. Mijten dringen verder de snavel in waardoor deze niet meer normaal gebruikt kan worden en scheef kan gaan groeien. Irritatie maakt dat de vogel zich gaat krabben en de infectie zich verder uitbreidt op poten, tenen en andere lichaamsdelen.  

  • Behandeling: hok reinigen en ontsmetten, abnormale woekeringen enkele dagen behandelen met insekticide. Met parafine liquidum en olijfolie worden ook goede resultaten behaald, enkele malen per dag gedurende 1 week de aangetaste lichaamsdelen invetten, daarna 1 maal per week gedurende enkele weken.
    [ Boven ]
     

  • Veerluis, veermijt, schachtmijt:

    Deze parasieten vreten de veren van vogels aan, en worden regelmatig aangetroffen. Het veer-eiwit dat zowel in de veerschachten als in het veerpoeder zit, wordt door deze parasieten gegeten.  

    Symptomen: kan veeruitval veroorzaken, een groeiende veer in zijn ontwikkeling remmen en gaten in de veervlaggen doen vallen.

    Behandeling: trachten de mijten te voorkomen, ieder jaar hokken witten, met mijtwerende kalk behandelen, insekticide gebruiken.
    [ Boven ]
     

Inwendig

  • Luchtpijpmijt:

    Deze mijten komen veel bij Goulds Amadines en in mindere mate bij kanaries voor. Bevinden zich in de luchtpijp, longen en luchtzakken.

    Symptomen: bolzitten, ophouden met zingen, lusteloosheid en een achteruitgang van de conditie.
    Later wordt door mijtophoping in de luchtzakken de ademhaling bemoeilijkt, de vogel maakt slikkende bewegingen en probeert de mijten uit de luchtpijp te spuwen. De ademhaling kan krassend zijn of met klikkende, piepende, proestige of niezende geluiden gepaard gaan.  

    Behandeling: stellen van een diagnose is moeilijk, we moeten luchtpijpmijten weten te onder­scheiden van andere ademhalingsstoornissen.
    De behandeling van luchtpijpmijten is nogal problematisch, zij kan worden uitgevoerd door een dichloorvosstrip (Vaponastrip). Een nieuwe strip moet eerst 2 uur in de buitenlucht hangen alvorens deze in een ruimte van 30 m3 wordt gehangen.
    Kleinere ruimtes en/of niet goed geventileerde ruimtes is uit den boze, de vogels kunnen dan aan vergiftiging sterven.  
    [ Boven ]

Afwijkingen

  • Slecht verlopende rui:

De meeste vogels ruien eens per jaar, een gezonde vogel heeft een vlot verlopende rui. Bij bijvoorbeeld een kanarie in goede conditie zijn staart en vleugelpennen na 3-4 weken door nieuwe vervangen.

Mogelijke oorzaken van slechte rui zijn:
  • Onvolledige voedersamenstelling
  • Wisselende hoktemperatuur, al of niet gecombineerd met een wisselende daglengte (vogels in de huiskamer).
  • Een hormonale storing, dit kan erfelijk zijn of veroorzaakt worden door een onjuiste daglengte, dagritme of lichtintensiteit.
    [ Boven ]
  • Verenpikken:  

    Zien we vooral bij jonge kanaries, jonge en volwassen papegaaien, parkieten, agaporniden en lori's.

    Bij kanaries is verenpikken meestal een ondeugd van jonge vogels, het pikken gebeurt vaak aan staartveren, rugveren en vleugelveren. Groeiende veren kunnen reeds in een vroeg stadium worden aangepikt waardoor verwondingen ontstaan, nadat dit gebeurd is kan het gemakkelijk ontaarden in het tot bloedens toe verwonden van de aangepikte vogels.
    Bij voornamelijk solitair gehouden papegaaien kan verenpikken een zeer ernstige kwaal zijn, de vogel kan zich volledig kaalplukken en alleen de kop blijft bevederd omdat hij daar niet bij kan. De oorzaak hiervan moet meestal gezocht worden in het feit dat zij zich grenzeloos vervelen en volkomen gefrustreerd raken, of een ander belangrijke oorzaak is de vaak onvolledige voeding.
    Gebrek aan nestmateriaal voor het drooghouden van het nest (natte ontlasting van de jongen) veroorzaakt verenplukken van jonge lori's door de ouders.

    Resumerend en aanvullend kunnen voor verenpikken bij kanaries, papegaaien, en andere vogels de volgende oorzaken genoemd worden:

    • verveling (wat henneptouw ophangen, badwater neerzetten)
    • overbevolking
    • te fel kunstlicht
    • te weinig nachtrust (dagen met meer dan 18 uur moeten worden vermeden)
    • voedingstekorten
    • gebrek aan nestmateriaal

    [ Boven ]

  • Kruipersziekte:

Typische ziekte van jonge papegaaiachtigen, hen wordt vaak een eenzijdige voeding gegeven, hierdoor ontstaat een vertraagde groei en een slechte voer ontwikkeling, vooral vlieg en staartpen­nen blijven in de groei achter, de schachten zijn bros en kunnen gemakkelijk breken. De veren zijn enigszins gekruld, het onderste deel van de schacht kan een bloedaanslag hebben (bloedpennen). Als de tijd gekomen is dat de jongen moeten uitvliegen zijn ze daartoe nauwelijks in staat omdat de veren bij belasting breken.
Vogels die hun vliegvermogen verloren hebben bewegen zich hippend of kruipend (kruipers) over de grond en proberen via het gaas hun zitstok te bereiken.
Naast een onvolledige voeding zou mogelijk ook inteelt verantwoordelijk voor de kruipersziekte kunnen zijn.

Behandeling: goed vitamine preparaat toedienen.
[ Boven ]

  • Oogaandoeningen:

Verschijnselen hiervan zijn, tranenvloed, zwellingen van de oogleden, pusvorming, dichtkleven van de oogleden, oogbol en bindvlies ontsteking en blindheid.
Zij worden veroorzaakt door bacteriële infecties, virus infecties, schimmel infecties, verontreiniging, verwondingen of een vitamine A gebrek.

Behandeling: oog met afgekoeld gekookt water of met boorwater schoonwassen, daarna behandelen met een antibioticum bevattende oogzalf, verder krijgt de vogel een tetracycline in het drinkwater.
[ Boven ]
 

  • Legnood:

    Vogels die legnood hebben kunnen niet tot eiafzetting komen, ze zijn onrustig, kruipen rond of blijven apathisch op het nest of op de grond zitten, ritmische cloacacontracties zijn karakteristiek. Voedsel wordt niet meer opgenomen, wanneer niet snel hulp geboden wordt kan de vogel sterven.

    Mogelijke oorzaken van legnood kunnen zijn:

    • een gestoorde calcium, fosfor, of vitamine D stofwisseling, waardoor windeieren, dunschalige of ruwschalige eieren ontstaan.
    • te jonge vogels, vogels in slechte conditie of zieke vogels.
    • vervetting, de vetmassa's belemmeren de passage van het ei door de eileider.
    • een slecht verkalkte schaal doordat de pop te jong is.
    • ontsteking van de eileider.
    • plotseling en aanhoudende verlaging van de omgevingstemperatuur.  

Behandeling: hanteer een vogel met legnood met de grootst mogelijk voorzichtigheid, het ei in de eileider kan gemakkelijk breken.
Voer warmte naar de vogel toe, dit kan de eileider stimuleren, of dompel het achterlijf van de vogels afwisselend in warm en koud water, vervolgens de vogel met de föhn droge
n.
[ Boven ]

[Terug naar Homepage]